Over het werk van Marianne van der Kooij,


Direct bij binnenkomst in het prachtige atelier van Marianne van der Kooij in Werkgebouw het Veem in Amsterdam, vallen de reeks kleine boogvenstertjes op die water en schepen omlijsten als oude schilderijen. Opeens zie ik dit terug in haar recente werk "Hennepspinsels", witte flarden aangespoelde zeestrengen en rafels van  gips en henneptouw, omgeven door dunne schilderijlijsten. Het werk lijkt bijna zonder tussenkomst van de beeldhouwer gevormd te zijn door zand, wind en zee.


Ze wijst op een ander nieuw werk: Een golvend dubbel reliëf-achtige vorm hangt aan de muur. " Zeezicht". 

Het blijkt een afdruk van strandgolfjes in gips, met daarvoor een positieve afdruk in doorzichtig kunsthars, ook met zand vermengd. Veel woorden voor een verstilde en ijle vorm. Een serie grote, helder gekleurde beelden "Tadpoles" blijken geïnspireerd te zijn om ze met je handen te betasten, de vormen wil je voelen. Dan laat ze me een heel klein werkje zien in doorzichtige kunsthars, waar een wirwar van lijnen in geëtst lijkt. Het blijken de lijnen in een gebogen voetzool te zijn. Een nieuwe zoektocht naar structuren, soms vergane structuren, en vergankelijkheid. Het aardse.


Een ander werk is een kwetsbare gipsafdruk van een tractor binnenband. In deze binnenwereld zijn twee zilverkleurige speelgoedpoppetjes vast gegespt.  “Ratrace” heet het . Ik zit hier, uren later, nog steeds over te peinzen.  “Binnenwereld”  lijkt een consistent gegeven  in haar werk. Ik moet denken aan de schildpad die als vroeg werk ontstond. Een schildpad is een geheimzinnig dier. Niet voor niets werd ooit zijn schild gebruikt als middel om de toekomst te voorspellen. Onder het harde schild zit een zacht dier, dat je maar gedeeltelijk ziet. Wat onderhuids, onder de grond, of onder de eerste laag gebeurt, lijkt een terugkerend motief.


Veel beeldhouwers hebben een zelfde vormtaal voor een telkens verschillend verhaal. Bij Marianne van der Kooij daarentegen lijkt er een consistent verhaal te zijn, dat verteld wordt in steeds verschillende vormen.

Zo is er het vroege werk “ Augur ”. Hier is de bovenste laag al voor ons verwijderd. We zien een botten en spierenstelsel die zo vertakt is dat het bijna op een wortel of takken stelsel lijkt. Toch beweegt deze magiër zich heel waardig en menselijk voort.                                                     

Ook de ” Horny’s “ lijken regelrecht uit de grond gekropen te zijn en kijken heel onbevangen de “bovenwereld “in. Ze lijken ook weer een beetje op de schildpad, met hun leerachtige, gelede, huid die een groot en kwetsbaar oog omhullen.


Twee  monumentale bronzen beelden herbergen verborgen wezens, die zich niet zo makkelijk laten kennen : de  “ Femme de Mer ” is gehuld in door de zee geëtste wikkels en schelp-achtige vormen, waarin je de wind en een peilloze zee vermoedt. Alsof  het beeld  even een vrouwenmasker heeft opgezet om je de mogelijkheid te geven om haar zonder angst voor die wervelende diepte aan te kijken.

Het beeld “Hollandse Nieuwe “ is een caleidoscopisch beeld, dat voor je ogen voortdurend verandert:  “ja, het is een vrouw, oh nee, het is een vrouwelijke centaur, wat leuk, ja, maar die hoeven hebben hoge hakken aan, dus toch een vrouw, maar nee het is een vis, en is dit wel een vissen hoofd? Of is dit eigenlijk iets heel anders, gezien die hoge hakken?  En zo begint de reis langs het beeld weer van voren af aan. Een ongrijpbaar beeld. Evenals de schildpad opgebouwd uit wonderlijke onderdelen.


De Horny’s  geven al een blik op dat wat zich onder de aarde afspeelt. Maar het gaat nog een stap verder in de “Vermifact” beelden. In aluminium  is een wormen- gangenstelsel zichtbaar, wat zich normaal onder de grond bevindt. [Het labyrint van de aarde]. Een onderaardse wereld  wordt zichtbaar in een grote licht weerkaatsende kluwen. De beeldhouwster vertelt over haar ingenieuze werkwijze waarop ze de wormen hun graafwerk heeft laten doen, en ze ook weer veilig en gezond terug heeft verhuisd naar hun oorspronkelijke leefomgeving.

Ook  de grote witte vormen van gips " Six Pack " lijken uit de donkere aarde opgegraven te zijn, Reuze mammoet kiezen, of dikke boomwortels uit een zoutmeer; helder wit staan ze opeens op de aarde.             


Een uitzondering op dit alles lijken de bronzen pinguïns te zijn. Die wandelen vrolijk en onbekommerd door het leven.   

                                                                                                                               

                                                                                                                                               Ike van Cleeff

   


INSPIRATIE.html